Korte omschrijving van de plaatsnamen in de op deze website aanwezige genealogie.
klik op een plaatsnaam voor een uitgebreide beschrijving
| De Wijk | In 1409 wordt deze plaats reeds vermeld als ‘Die Wyc'. De naam komt van het Latijnse woord ‘vicus' dat vestigingsplaats betekent. |
| Echten | |
| Enschede | |
| Hoogeveen | In 1625 werd door Roelof van Echten en zijn Compagnie van 5000 Morgen begonnen met de ontginning van ‘het Hoge vene'. |
| Meppel | De eerste vermelding van Meppele treffen we in 1141 aan in het register van het klooster in Dickninge. Het eerste gedeelte van de naam is mogelijk verwant aan het engelse ‘maple' en het Oudsaksiche ‘mapulder', hetgeen duidt op een
begroeiing met ahorn. De toevoeging ‘le'staat evenals ‘loo' voor bos. |
| Oldebroek | |
| Oosterhessel | Voor het eerst in 1208 in een oorkonde van het klooster in Ruinen vermeld als Oosterhelsel. Het voorvoegsel ‘ooster' is ter onderscheiding van Westerhesselte, het tegenwoordige ‘Darp'. Helsel is een ‘lo' naam en betekent
Hazelaarsbos. |
| Pesse | Pesse wordt al in 1141 genoemd als Petthe, waarin het begrip peth (=moeras) is verwerkt |
| Ruinen | Ruinen is een zeer oud dorp; reeds in een akte van 1139 wordt Otto van Ruinen genoemd als een der dienstmannen van de Bisschop van Utrecht |
| Ruinerwold | In 1382 wordt melding gemaak van Buddincwolde en Hakeswolde die deel uitmaakten van de Heerlijkheid Ruinen. Beide namen zijn afgeleid van persoonsnamen. Met dat gebied wordt het latere Ruinerwold bedoeld, het bos van Ruinen. |
| Zuidwolde | In een akte van 1275 wordt deze plaats reeds genoemd als Suthwalda, de zuidelijk gelegen bossen |